Specialisme

Tenenlopen bij kinderen: wanneer is advies nodig?

Staat of loopt uw kind meestal op de tenen, of lukt het niet om de voeten plat op de grond te zetten? Dit kan al opvallen vanaf het moment dat uw kind zich optrekt en gaat staan. Af en toe op de tenen staan of lopen kan bij het ontdekken van bewegen horen. Gebeurt dit merendeels of kunnen de hielen niet op de grond komen? Dan is het verstandig om dit te laten beoordelen.

Fenne Sučec
Geschreven door Fenne Sučec Kinderfysiotherapeute
Leestijd: 5 minuten
Kind loopt op de tenen

Wat is tenenlopen?

Bij tenenlopen loopt een kind op de voorvoeten, terwijl de hielen weinig of niet op de grond komen. Dezelfde tenenstand kan al zichtbaar zijn tijdens het staan. In dit artikel bespreken we beide. Sommige kinderen doen dit af en toe, andere bijna voortdurend. Het kan met beide voeten gebeuren, maar ook aan één kant.

Jonge kinderen proberen tijdens het leren staan en lopen verschillende manieren van bewegen uit. Af en toe op de tenen staan of lopen hoeft dan geen probleem te zijn. De leeftijd, hoe vaak het gebeurt en de rest van de ontwikkeling bepalen samen of onderzoek nodig is.

Welke signalen kunnen opvallen?

U kunt bijvoorbeeld merken dat uw kind:

  • tijdens het staan of lopen meestal op de voorvoeten steunt;
  • de hielen moeilijk of niet op de grond krijgt;
  • de voeten wel plat kan neerzetten, maar vaak weer op de tenen komt;
  • aan één kant vaker op de tenen staat of loopt dan aan de andere kant.

Kinderen hebben hier vaak geen pijn of ongemak van. Op oudere leeftijd kunnen wel klachten ontstaan, zoals pijnlijke voeten of kuiten. Oudere kinderen kunnen dit meestal zelf beter aangeven. Ook zonder pijn is het zinvol om te kijken naar hoe vaak de tenenstand voorkomt en of de voeten plat kunnen worden neergezet. Deze signalen zeggen op zichzelf niet wat de oorzaak is.

Hoe ontstaat tenenlopen?

Vaak wordt bij onderzoek geen onderliggende medische oorzaak gevonden. Dit heet idiopathisch tenenlopen: tenenlopen zonder aantoonbare oorzaak. Het komt soms bij meerdere mensen in een familie voor.

Bij sommige kinderen zijn de kuitspieren of achillespezen minder soepel. Daardoor kan het moeilijker zijn om de hielen neer te zetten. Ook de manier waarop een kind aanraking en ondergronden ervaart, kan een rol spelen.

Soms hangt tenenlopen samen met een aandoening van spieren of zenuwen, of met bredere ontwikkelingsproblemen. Daarom wordt niet alleen naar de voeten gekeken, maar ook naar de manier van staan en lopen en de ontwikkeling van het kind.

Wanneer is het verstandig om hulp te vragen?

Ziet u vanaf het optrekken en gaan staan dat uw kind vooral op de tenen steunt, of lukt het niet om de voeten plat neer te zetten? Bespreek dit dan met het consultatiebureau, de huisarts of een kinderfysiotherapeut. U hoeft niet te wachten tot uw kind zelfstandig loopt of pijn aangeeft.

Loopt uw kind zes maanden nadat het zelfstandig heeft leren lopen nog regelmatig op de tenen? Dan is het verstandig om een afspraak te maken bij een kinderfysiotherapeut. Die kijkt naar de manier van bewegen en beoordeelt of begeleiding of verder onderzoek nodig is. U hoeft deze zes maanden niet af te wachten als de voeten niet plat kunnen worden neergezet of als u zich zorgen maakt.

Neem contact op met de huisarts wanneer de tenenstand vooral aan één kant voorkomt, de hielen niet plat kunnen worden neergezet of het tenenlopen pas ontstaat nadat uw kind eerder met de hele voet liep.

Gaat uw kind plotseling anders lopen of ontstaat er plotseling krachtsverlies? Bel dan direct de huisarts of huisartsenpost. Verliest uw kind eerder geleerde vaardigheden, zoals zelfstandig lopen of opstaan? Neem dan op korte termijn contact op met de huisarts.

Wat kunt u zelf doen?

Let eens op wanneer uw kind op de tenen staat of loopt: met schoenen of op blote voeten, op welke ondergrond en met één of beide voeten. Een kort filmpje van het staan of lopen kan helpen om dit tijdens een afspraak te bespreken.

Kies bewegingen en spelletjes die prettig zijn voor uw kind. Bespreek welke oefeningen passen voordat u gericht gaat rekken of hulpmiddelen aanschaft.

Hoe helpt kinderfysiotherapie bij tenenlopen?

De kinderfysiotherapeut bespreekt sinds wanneer de tenenstand opvalt en hoe uw kind zich ontwikkelt. Tijdens het onderzoek wordt gekeken naar wat uw kind al kan: bijvoorbeeld optrekken, staan, stapjes langs meubels zetten of zelfstandig lopen. Ook de beweeglijkheid van de enkels, spierkracht en evenwicht worden beoordeeld.

Niet ieder kind heeft behandeling nodig. Soms zijn uitleg, advies en het volgen van de ontwikkeling voldoende. Als oefenen zinvol is, kunnen de doelen bijvoorbeeld prettiger bewegen, meer beweeglijkheid of beter evenwicht zijn. De aanpak sluit aan bij wat uw kind in het dagelijks leven nodig heeft.

Oefentherapie geeft geen garantie dat het tenenlopen verdwijnt. Bij duidelijke beperkingen of aanwijzingen voor een andere oorzaak kan overleg met de huisarts en verder onderzoek nodig zijn.

Tip van Fenne

In een loopstoel kan uw kind zo hoog zitten dat alleen de tenen de grond raken. Een loopstoel stimuleert zo het staan en afzetten op de tenen. Geef uw kind daarom volop ruimte om op de grond te spelen en vanuit de eigen ontwikkeling te leren optrekken, staan en lopen.

In het kort

Op de tenen staan of lopen kan voorkomen tijdens het ontdekken van bewegen. Gebeurt dit merendeels of kunnen de voeten niet plat worden neergezet, dan is beoordeling verstandig, ook zonder pijn of ongemak. Samen kijkt u wat uw kind nodig heeft: geruststelling, het volgen van de ontwikkeling, gerichte begeleiding of verder onderzoek.

Bronnen

Bronnen geraadpleegd op 8 september 2026.

Twijfelt u?

Twijfelt u over het staan of lopen van uw kind?

Bij Kinderfysiotherapie Rijnmond kunt u uw vragen over tenenlopen bespreken. We kijken samen welke vervolgstap past bij uw kind.

Afspraak maken